Ik weet nog niet precies hoe, misschien dat ik er aan het einde van deze column wel uit ben, maar op de een of andere manier lijken dodenherdenking, overmatig smartphonegebruik, de op het oog steeds sneller draaiende wereld en een eventuele verharding ineens allemaal met elkaar te maken te hebben. Zullen we samen even door mijn brein wandelen?
Afgelopen maandag besloot ik niet voor de buis te zitten om 20:00 uur maar deel te nemen aan de dodenherdenking op de algemene begraafplaats van het dorp. De gezamenlijke wandeltocht vanaf de Ruïnekerk redde ik niet, want teveel verplichtingen op de dag, de hele agenda steeds een uurtje vooruit geduwd en ik kwam daarom net uit de sportschool en wilde me nog even wat netter aankleden voor de gelegenheid. Plichtsbesef is mij niet vreemd.
Ik verliet de sportschool met een beetje een raar gevoel, want de altijd lieve en gezellige receptioniste daar vond ‘die hele dodenherdenking’ totale onzin en zei tegen een collega, die de les even stil wilde zetten om 20:00 uur: “Nou, daar doe ik niet aan hoor.” Daar bij het toegangspoortje naar je eigen verbeterde fitte leven werd dit belangrijke moment met 1 zin de grond in geboord, iets waar ik heel veel moeite mee had. Zo’n gevoel van: ‘Is dan niets meer heilig’? Ik liet het los, daar word ik steeds beter in.
Fast forward, half uur later. Samen met een vriendin fietsend naar de begraafplaats moesten we nog even extra op de trappers duwen, want het liep tegen de klok van acht. Aangekomen zetten we de fietsen tussen de vele anderen en liepen we de lange toegangsweg op. Het was druk met mensen. Geen rinkelende telefoons, geen geschreeuw, ieder verzonken in eigen gedachten, af en toe herkenning en een groet. Er veranderde iets in de lucht, de haast was weg, de verstilling begon. Iedereen voelde het.
Eenmaal op de begraafplaats was het druk, de harmonie speelde, wij stonden vrijwel achteraan en ik kon niets zien. Ik hoorde de stem van de man die de bijeenkomst aan elkaar sprak. Een fijne, rustige stem. De Last Post begon, ik kreeg meteen tranen in mijn ogen en ik was niet de enige. De vogels hielden zich daarna niet aan de twee minuten stilte, een paar merels zongen over en weer, draadloze communicatie die ontroerde. In die stilte stonden mijn zintuigen eerst nog op scherp, ieder bewegend grassprietje zag ik in mijn ooghoeken, maat 46 in teenslippers stond een meter verderop en aan de overkant spotte ik een goede bekende. Tegelijkertijd was ik met mijn gedachten even bij mijn oma, zoals altijd op 4 mei. Dat heeft eigenlijk niets met de oorlog te maken.
Na het leggen van alle kransen sloot een andere vriendin ook bij ons aan en liepen we met elkaar naar de graven. Alle bordjes met de namen, leeftijden en functies van al die jonge, gesneuvelde mannen (Yvon, wat een prachtig initiatief, dank je wel), de onbekende soldaten waar wij een bloem neerlegden, het kwam allemaal binnen en ik voelde me verbonden. Met mijn vriendinnen, met iedereen die daar liep, met die dappere soldaten van lang geleden, met het dorp. Een buurman vertelde een ontroerend verhaal en we voelden het allebei even prikken in onze kelen. Ik was even deel van iets groters, van stilte en rust en van de eerlijkheid van dat moment. Het moment dat je echt voelt wat je voelt.
Bij vertrek galmde de stilte nog na, we dronken een kop thee bij Fabels om af te sluiten, maar eigenlijk wilde ik dat gevoel nog langer laten duren en ik ben naar huis gegaan. Iets officieels, iets gezamenlijks, iets moois en iets verdrietigs tegelijk, het gaf hoop in die snelle wereld. Ik heb de rest van de avond mijn telefoon uitgelaten en dacht na over dit soort momenten. We gaan ze vaak uit de weg, de emoties voelen soms groot en dan is het lekkerder om je telefoon te pakken en een filmpje te kijken. Of te scrollen. Na verloop van tijd wordt dat gewoonte. Maar als je al die gevoelens steeds wegduwt, leer je ook niet hoe je ermee om kunt gaan. En juist daar zit onze samenhang, onze verbinding en de weg naar elkaar.
Het klinkt allemaal misschien een beetje grotesk, maar ik ga toch proberen om wat vaker die gevoelens toe te laten, juist op momenten dat het niet uitkomt of als mijn eerste reflex is om ze weg te duwen. Misschien is dat ook een idee voor de receptioniste van de sportschool.
Geef een reactie