Vrij

Als moeders een paar dagen met een vriendin eropuit trekt, dan komt daar altijd gelazer van. Want, van teveel spektakel wankel je allicht (ik voel me vrij om deze dichtregel van Lucebert te gebruiken), en ja hoor, sinds ik eergisteren terugkwam uit Spanje wankel ik inderdaad. Misschien nog wel een beetje van de drank. En van het lachen.

Want mijn god, wat hebben we een plezier gehad. In de restaurants, in de kroegen, tijdens een wandeling, in de tuin, in zee, het hield niet op. En nu, nu ben ik thuis en wil ik terug. Ik vind er hier even geen bal aan, dus ik snauw naar de hond, naar mijn kind en ja goed, ik ben ook nog wel een beetje moe. Maar zit ook meteen weer in het keurslijf dat mijn leven heet. Haha, klinkt lekker dramatisch allemaal, ik ben namelijk superblij met mijn leven. Maar als je even aan die ultieme vrijheid hebt geroken, dan wil je meer. Ik wil terug. Per omgaande post. Enkele reis.

Nou ja, enkele reis? Voor altijd ergens anders wat niet hier is? Hier in mijn heerlijke dorp, met al mijn fijne vrienden, bekenden en natuurlijk familie? Nee, die keuze maak ik toch maar niet. Maar een beetje meer vrijheid, geen zorgen, geen verantwoordelijkheden, soms klinkt het me als muziek in mijn oren.

Tijdens die paar dagen totale vrijheid stopte deze newsjunkie ook met het vergaren van het nieuws. Even loskomen van alles, zoals men dat noemt. En nu bedenk ik me dat dat de ultieme decadentie is. Dat je het nieuws ‘even kunt uitzetten’. Dat kan alleen omdat je het nieuws niet leeft maar leest. Ik ben geen moeder in oorlogsgebied, ik leef niet in een kapotgeschoten puinhoop. Ik kan iedere dag mijn kinderen spreken en ik verloor mijn familie niet. Ik heb geen aardbeving, modderstroom of tsunami meegemaakt, woon niet in een ghetto, ik leef in vrede en ik laat zelfs de voordeur wel eens los om snel een boodschap te gaan doen.

Kennelijk gaat ook hier het rupsjenooitgenoeg-principe op: als je iets hebt, wil je meer. Heb je aan iets lekkers geroken, wil je het niet meer kwijt. Maar hoeveel vrijheid heb ik eigenlijk nodig? En is dat dan nog wel vrijheid en wanneer wordt vrijheid decadentie? Vragen die ik mezelf stel. Want ik ben wel degelijk van mening dat je mag streven naar datgene wat jou blij maakt, dat je je niet hoeft te schamen voor alle leuke dingen die je doet. Dat je kiest voor datgene wat je blij maakt. Maar ‘meer, meer, meer’ hoort daar voor mij niet bij, die grens mag je toch wel sterk bewaken voor jezelf. Maar dat is mijn mening. En die mag ik hebben. En dat, lieve mensen, dat is vrijheid. Proost!

Geef een reactie

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑