Ik kom net thuis van een wedstrijd op het befaamde Molenkrocht toernooi. Verloren, dat wel, maar het was stikgezellig en een leuke pot. Het moment dat je dan het park oploopt voel je het eigenlijk al direct: het lijkt wel familie. Er wordt wat gekibbeld over rode bolletjes, er wordt gelachen, soms een traan, samen eten en Jan als pater familias aan het roer. En die ene oom, ik noem geen namen, keek weer eens te diep in het glaasje.
Toevallig kwam ik de dag ervoor net terug van een prachtig familieweekend in de Ardennen. Het plaatsje waar ik 45 jaar geleden voor het eerst kwam en gedurende al die jaren niets veranderde, was ineens Monaco aan de Ourthe geworden. Een vreemde gewaarwording om Bentley’s en Lambo’s door de smalle straatjes te zien ronken, soms stoffig van de Ardenner kiezels. Het was even wennen, maar gelukkig was de sfeer nog geweldig en hebben we volop genoten, van en met elkaar.
En het ging een weekend lang natuurlijk alleen maar over familie. Of zoals mijn vader het zo mooi zei: “”Wat is het toch bijzonder dat we allemaal zo goed door een deur kunnen, ook al zijn we ontzettend verschillend.” Zo zijn mijn kinderen politiek gezien meestal links, hang ik zelf links van het midden en zijn de meeste anderen in mijn familie ergens aan de rechterzijde van het politieke spectrum te vinden. Dat kan in de beste families zorgen voor onrust, maar daar merk ik bij ons weinig van. We doen daar ook allemaal ons best voor en dat werkt heel goed.
Maar toch, positie innemen is wel heel belangrijk voor de stand. Want was het nou 30-15 of 30-30? Nou, we staan links nu, dan kan het geen 30-15 zijn. Of juist wel? En zo bepaalt het verschil tussen links en rechts de winst.
Het wordt me dan ook weer eens duidelijk: ik koester mijn families. De score bijhouden werkt niet, het blijft geven en nemen en niet teveel tellen. Behalve bij de Molenkrocht-familie.
Geef een reactie