Ik heb het geluk heel veel familie te hebben en dat in een hele goede harmonie. Soms is het wat veel: ik heb twee families met twee vaders, twee moeders, een berg broers, een zus, neefjes, nichtjes en natuurlijk mijn eigen kinderen plus een schoondochter. Ik geniet ervan en soms loop ik over. Maar de gemene deler is liefde en dat is wat telt.
Mijn ouders zijn bovendien zelf nog behoorlijk jong. Als broekies kregen ze een kind, hun levens namen hun eigen koers en we rooiden het met zijn allen. In mijn beide families zijn de meeste onderwerpen prima bespreekbaar en een ervan is de dood. Niet dat het te verwachten is dat deze snel voor de deur staat, maar omdat je nooit weet wat het leven brengt, is het een onderwerp dat we niet ontwijken.
Want bij het leven hoort doodgewoon de dood. Daar kun je maar beter over praten, anders kun je tegen hele ingewikkelde situaties aanlopen. En de dood is op zichzelf al behoorlijk ingewikkeld. En meestal heel erg verdrietig. En ik denk nu dat ik weet hoe het allemaal werkt, maar dat is natuurlijk helemaal niet zo.
Daarom staat er bij mijn moeder thuis, heel passend, een grijs-zwarte, ouderwetse ordner. Ik noem hem grappend ‘de morbide map’. Vol met informatie over de dood. Wie regelt wat, welke broer krijgt welke taak, wat is mijn rol en bovenal: wat willen ze. Zaken als euthanasie, levenseinde, levensloop, levenstestament, uitvaart; alles is besproken en genoteerd. Eigenlijk bevat die ordner een draaiboek van nu tot ooit.
Dat vind ik dus ontzettend fijn. Dat zij mijn broers en mij vertrouwen, dat we dit samen aan zijn gegaan en dat we ons hebben uitgesproken. Dat was bovendien ook allemaal heel prettig en luchtig, terwijl het toch best een beladen onderwerp is. Want er komt heel wat los, als je het over de dood hebt. Ik kan al huilen bij de gedachte dat ze er niet meer zijn. En intussen ontzettend genieten van dat ze er wel zijn. En dat ze nog altijd voor ons zorgen. En daarom, daarom staat mijn naam in die map. Dat ik dat ooit voor hun kan doen. Ooit. Doodgewoon.
Geef een reactie