Nobeltje en de hamermannen

Zooooo, kreeg ik ‘m toch even recht in mijn gezicht vanochtend. De hamer, je weet wel, van die man met de hamer. Beng, kwak, hak en nog even wroeten in die wond. Dat vindt hij leuk, die hamerman. Hij woont ‘rentfree’ in mijn hoofd en durft toch te klagen over mijn doen en laten. Hij heet Zelfsabotage, soms neemt hij een alias aan, vanochtend heette hij Verrader.

Maar wat was er nu gaande? Nou, ik durf het bijna niet te zeggen na mijn vorige column, maar de hamerman bezocht mij totaal onverwacht. Hij was het niet eens met mijn positieve benadering van het empty nest en zorgde voor een rotgevoel dat bezit van me nam.

Dus toen ik gisteravond na een fantastisch weekend op Ameland weer thuis was en, nagloeiend van het mooie weer en het heerlijke gezelschap, ineens een beetje bitserig antwoord gaf op een vraag van mijn dochter, was ik zelf nogal verbaasd. Maar de demon was al ontsnapt. En nee, ik maakte er geen ruzie van, maar de sfeer was geladen en ik ben op tijd naar bed gegaan. Hallo Zelfsabotage, kwam jij plotsklaps weer eens de voordeur uit om je te mengen in mijn privé-aangelegenheden?

Na een diepe slaap, dat kwam vast door een weekend vol buitenlucht met wandelingen langs zand en zee, biertjes hier, Nobeltjes (zoek dat maar eens op) daar, volle borden en gezellige mensen met bijzondere verhalen, ontwaakte ik en daar stond Verrader naast mijn bed. Die maakte het feest compleet. Nadat Zelfsabotage gisteravond had gefluisterd dat mijn blijdschap over de aankomende levensfase niet volledig en echt kon zijn, pakte Verrader zijn kans. “Ik heb Zelfsabotage ingefluisterd dat je niet kunt vertrouwen op jezelf, op wat je meemaakt en op wat er gaat komen. Daarom ben je nu beroerd opgestaan, heb je de hond in alle vroegte mee naar buiten genomen in de hoop dat t weg zou trekken maar weet je nu niet eens meer dat je een prachtige zonsopgang hebt gezien.” Nou, toevallig wist ik dat nog heel goed, want geen van die hamermannen krijgt mij er zo onder dat ik daar geen oog meer voor heb, maar t leed was wel geschied.

Dus toen mijn dochter naar beneden kwam, zat ik op de bank te janken met een rijstwafel met smeerkaas in mijn hand. Meer had ik er niet van gemaakt, van het ontbijt. Geen zin, geen motivatie om iets lekkerders te maken voor mezelf. En toen ze vroeg of ik een knuffel wilde brak ik. Ze snapte er natuurlijk weinig van, dus ik heb het toch maar even uitgelegd, dat ik er niet lekker in zat. Ik probeer tegenwoordig mijn emoties meer te laten zien, ook aan mijn kinderen, en dat lukte vanochtend prima. Sterker nog, mijn ogen waren lek, er was geen ontkomen meer aan.

Inmiddels ben ik, na die huilbui én een diepgaand en tegelijkertijd nuchter whatsapp bericht, waarin mij werd aangeraden om te vertragen en dit gevoel recht aan te kijken, wat ik zelf vertaalde naar ‘net als gisteren heerlijk op de Amelandse bus wachten’, weer wat bijgetrokken. En nee, ik ga niet zeggen dat het allemaal alweer prima gaat. Want alles loopt door elkaar in mijn hoofd en hart. Ik vind het moeilijk dat ze vertrekt, ik vind het nog moeilijker dat ze dan allebei de deur uit zijn. Ik vraag me af wat dat voor mij betekent. Wat ik dan beteken. Wat er gaat komen in mijn eigen leven. En ja, ik heb er tegelijkertijd ook zin in, sta open voor nieuwe wegen, de liefde, wil alles verder ontdekken en ervan genieten, ik ben toe aan meer tijd voor mezelf. Maar dat kan dus allemaal even wachten.

Dus nu ga ik even op de bus wachten, met een Nobeltje. Morgen weer een dag.

Geef een reactie

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑