In 2003 startte het ABCD-onderzoek van het AMC naar de ontwikkeling van kinderen. Ze volgen deze kinderen gedurende de eerste 25 jaar van deze eeuw. De ouders van alle in 2003 en 2004 in Amsterdam geboren kinderen werden benaderd voor dit onderzoek. Zo is het gekomen dat zowel mijn dochter, haar vader als ikzelf al bijna 20 jaar vragenlijsten invullen, op locatie allerlei testjes deden en diverse opdrachten kregen die tot nieuwe inzichten kunnen leiden. Een uniek onderzoek waarbij de resultaten een interessante kijk geven op de ontwikkeling van kinderen in dit tijdperk.
Intussen gaan de vragenlijsten niet meer over de fruithapjes, medicatie, angsten tijdens het slapengaan, gamen, internet, de opvoedstijl, scheiden, de invloed van de dood van een grootouder etc, maar, met een tussenstopje bij Corona, over toekomst, studie, werk, verwachtingen, gezondheid en drugs. De rol van de ouders is geminimaliseerd en die van de kinderen uitgebreid. De komende fase, van 19-25 jaar, staan de ouders volledig buitenspel.
Vanochtend kreeg ik de laatste mail, om me te informeren dat mijn rol was afgeschaald tot het aanpassen van contactinformatie. Zoals het hoort te gaan, krijg je als ouder een bijrol en gaat het kind op voor de hoofdrol. En het stomme is dat ik na die mail gewoon even moest slikken. Zo zwart-op-wit hoefde het niet wat mij betreft.
Wat later zat ik in de auto, ik was op weg naar de garage voor nieuwe remblokken. Ik zag de symboliek; kan ik met die nieuwe remblokken misschien ook het verdwijnen van mijn eigen rol vertragen? Kan ik bij die servicebeurt ook meteen even regelen dat er ook bij mij weer een vlag met een schooltas in de nok komt te hangen? Misschien helpt een APK-tje om weer eens een chocoladesnoetje af te vegen?
Maar nee, niets van dat alles. Even slikken, vooral genieten van de herinneringen en van wat gaat komen, dat is wat het is. Maar mijn gedachten gaan van dat ABCD-onderzoek naar het feestelijke ABC’tje dat er sneller aankomt dan de lengte van de jaren waarin ik zoveel liefde heb gegeven aan de ontwikkeling van mijn kinderen. En zo werd dat onderzoek waar ik, samen met die prachtige baby van twee weken oud, onbevangen aan begon, ineens een soort wandelgids door het leven van datzelfde kind.
We liepen het pad in etappes, genoten van de uitzichten, hadden het soms zwaar, ploeterden bergopwaarts en gingen zingend weer naar beneden. We meanderden door de schooltijd, zetten door, namen een verkeerde afslag, liepen in rondjes, verdwaalden, huilden van vermoeidheid en lachten van geluk. Van A naar B, door naar C en nu eindigend bij D. Mijn kind loopt de rest van het pad, laat het lang en voorspoedig zijn. Maar ik kan het niet laten, ik blijf nog even op de ventweg, want je weet maar nooit of ze verdwaalt.
Geef een reactie